BMW E9

BMW’s mooiste coupe

Home Introductie Mijn E9 De restauratie Het circuit E9 Internet Specials Customs Mijn Youtube Contact

BMW 3.0 CSL

De race-scene in Groep 1 en 2 werd destijds gedomineerd door de superieure Ford Capri. Maar dat zou spoedig en blijvend veranderen. In 1971 werd de Leichtbau coupé BMW 3.0 CSL ontwikkeld. Basis vormde de BMW 3.0 CS met 180 pk carburateurmotor. Door de rijkelijke toepassing van aluminium delen aan de carrosserie (deuren en deksels) en van plexiglazen ruiten, door het weglaten van isolatiemateriaal en luxe accessoires, en met behulp van de meest uiteenlopende detailmodificaties bereikte men een aanzienlijke gewichtsbesparing. Slechts 1165 kg bracht de eerste 3.0 CSL op de weegschaal, ruim 200 kg minder dan de standaard 3.0 CS.


Om homologatie in Groep 2 te bereiken, moesten minstens 1.000 wagens worden geproduceerd, maar de verkoop van dit al vanaf het begin meer dan DM 30.000,- dure speciale model liep maar matig. In totaal werden er slechts 165 3.0 CSL’s met carburateurmotor verkocht. Dit veranderde veranderde toen in 1972 de nieuw opgerichte BMW Motorsport GmbH, het huidige BMW M, het lot van de 3.0 CSL in handen nam. De lichtgewicht coupé kreeg nu de tot 3003 cc vergrote motor van de 3.0 CSi met Bosch benzine-injectie, wat standaard 200 pk betekende. Krap 7 seconden had de nieuwe CSL nodig voor de klassieke spurt tot 100 km/h, en pas voorbij 220 km/h kwam de naald van de snelheidsmeter tot stilstand.


De meeste van de in deze vorm 929 keer gebouwde BMW 3.0 CSL kwamen niet in handen van coureurs, maar werden het trotse bezit van sportief geambieerde automobilisten. Zo gebeurde het dat de meeste wagens, die niet voor het circuit waren bestemd, met veel meer comfortdetails werden besteld als was voorzien in de praktische raceversie. Dit betrof vooral de toepassing van normale ruiten en geluidsisolatie. Bovendien bood BMW voor ‘civiel gebruik’ van de 3.0 CSL een zogenaamd ‘stadspakket’ aan. Dat hield in: het comfortabelere standaard onderstel van de CS/CSi coupés, seriebumpers, deuren van staal en een plafondlampje in plaats van het leeslampje op het dashboard voor de inzet bij rallyes. In principe werd elke CSL op maat gemaakt, wat tot een veelheid aan verschillende uitrustingsvarianten leidde.


Onder de BMW 3.0 CSL’s met inspuitmotor bevonden zich ook 500 wagens met rechts stuur voor de export. Elk van deze auto’s was met een luxueus stadspakket uitgerust, zelfs elektrische raambediening, stuurbekrachtiging en de normale motorkapvergrendeling in plaats van de snelsluitingen ontbraken niet. Deuren en kleppen waren bij deze serie echter meestal wel van lichtmetaal.


In juli 1973 begon BMW Motorsport GmbH aan de laatste maatregelen in de evolutie van de 3.0 CSL coupé. Vanaf dit tijdstip kregen de wagens een door een langere slag tot 3153 cc vergrote motor, die nu 206 pk leverde en beschikte over een duidelijk hoger koppel van 29,2 mkg bij 4200 tpm. Bijzonder kenmerk van deze vervolgens in slechts 110 exemplaren gebouwde modellen was de op wens leverbare uitrusting voor de ‘sportversie’. Hier maakten een volumineuze kunststof voorspoiler en zwarte luchtgeleidingsstrips op de voorspatborden duidelijk, om wat voor bijzondere BMW het bij deze 3.0 CSL ging. De koper kreeg verder een pakket meegeleverd dat een beugelachtige dakspoiler en een enorme achtervleugel bevatte. In het gewone wegverkeer (in West-Duitsland) waren deze aërodynamische hulpmiddelen niet toegestaan, maar tijdens races en rallyes zorgden ze voor optimale stromingsgeleiding en een spectaculair voorkomen.


Tussen juni 1974 en november 1975 werd nog een keer een kleine serie van 57 wagens van dit type gebouwd, daarna eindigde de geschiedenis van de BMW 3.0 coupés.


De drieliter coupés ontwikkelden zich snel tot de succesvolste toerwagen van de jaren zeventig. Fabrieks- en privé-teams wonnen talloze nationale en internationale races. Beroemde coureurs als Hans-Joachim Stuck, Dieter Quester, Niki Lauda, Harald Ertl of Ronnie Peterson zorgden ervoor, dat de optisch al indrukwekkende BMW-bolides het veld domineerden. Tussen 1973 en 1979, dus zelfs nog lang na de productiestop van de BMW 3.0 CSL, werden alleen al zes Europese toerwagentitels behaald.


Binnen tien jaar had BMW ongeveer 45.000 wagens van de coupé-serie (van 2000 C tot 3.0 CSL) verkocht. De aantrekkelijke verschijning van de in de jaren zeventig ontstane coupé met zescilinder motoren en hun relatieve zeldzaamheid zorgden ervoor dat deze automobielen snel liefhebbersstukken werden, die men vandaag de dag nog slechts zelden op straat tegenkomt.

Ze waren zéér belangrijk voor BMW’s populariteit bij de echte autoliefhebbers.

Jägermeister Oude circuit opname Diverse CSL's op oldtimer circuit