BMWE9 introductie

BMW E9

BMW’s mooiste coupe

Home Introductie Mijn E9 De restauratie Het circuit E9 Internet Specials Customs Mijn Youtube Contact

COUPÉS VAN EEN NIEUWE KLASSE - BMW 2000 C – 3.0 CSL


Terwijl de vroegere BMW coupés van na de Tweede Wereldoorlog, die waren uitgerust met machtige achtcilinder motoren en met voornamelijk handgebouwde carrosserieën, in een prijsklasse vielen die hen slechts bereikbaar maakten voor enkele welgestelden, boden de nieuwe coupés veel betere vooruitzichten op een groot koperspubliek.


BMW 2800 CS

Iets later dan de sedans startte de productie van de 2800 CS coupés in december 1968.

Naar wens kon de wagen vanaf de zomer van 1969 ook met de ZF drieversnellingen automaat worden geleverd, wat de prestaties nauwelijks verminderde. In elk geval haalde de wagen eenvoudig 200 km/h en accelereerde in ongeveer 10 seconden uit stilstand naar 100 km/h. Nu hadden eindelijk ook de liefhebbers van een duidelijk dynamische rijstijl geen argumenten meer tegen de aanschaf van een BMW coupé.


De verkoopaantallen voor de nieuwe coupé met zescilinder motor bedroegen in 1969 toch nog 3.400 stuks, hoewel de basisprijs voor de BMW 2800 CS met handbak bijna DM 23.000,- was. Parallel daaraan werd voor klanten met minder vermogenseisen de viercilinder coupé in oude vorm nog gewoon doorgebouwd, maar in dat jaar besloten nog geen 1.000 kopers voor de goedkopere versies. In februari 1970 werd de productie van dit model, dat de laatste twee jaar alleen nog werd geleverd als 2000 CS of 2000 C automaat, gestaakt.

Naast de automaatversie liet BMW in de herfst van 1969 ook een speciaal voor de USA-markt gemodificeerde variant van de 2,8-liter coupé volgen, die ook met handbak of automaat leverbaar was.

Nadat in juli 1970 de productie met 5.242 eenheden een record had bereikt, liet men deze eerste serie van de BMW zescilinder coupés begin 1971 uitlopen. Een nog aantrekkelijker model stond bijna klaar om te worden voorgesteld.


BMW 3.0 CS

Voor het nieuwe topmodel, dat in maart 1971 in Genève werd gepresenteerd, had BMW de zescilinder motor tot 3 liter vergroot, wat een hoger vermogen van 180 pk en een duidelijke groei van het koppel tot gevolg had. De fabricage van de nieuwe BMW 3.0 CS coupé begon in april van dat jaar. Rond de DM 27.000,- moest de klant nu neertellen, voor een automaat DM 1.390,- extra. Slechts weinig autofabrikanten boden destijds luxe coupés met een dergelijk motorvermogen aan. De prestaties van de 3.0 CS waren zelfs ten opzichte van het vorige model nog duidelijk toegenomen. Je moest zelfs naar exoten uit Italië of Engeland uitwijken om tegenover deze BMW iets meer dan gelijkwaardigs te zetten.


Op grond van zijn exclusiviteit en zijn stijgende prijs, die nu al te snel na een paar extra’s de grens van DM 30.000,- naderde, ontwikkelde de drieliter BMW coupé zich steeds meer tot de exoot onder de Duitse automobielen. Daardoor had men weer aansluiting gevonden bij de droomauto’s van de jaren vijftig. Toch beperkte de koopinteresse voor deze Gran Turismo zich nog slechts tot een relatief kleine kring van gefortuneerde liefhebbers. Iets nóg exclusievers bood BMW tenslotte vanaf de zomer van dat jaar.


Naast de 3.0 CS offreerde men nu de 200 pk sterke BMW 3.0 CSi coupé met de nieuwe inspuitmotor die ook voor de sedan was bedoeld. Dit model, dat een topsnelheid van 220 km/h mogelijk maakte en destijds met elke denkbare luxe als airconditioning en elektrische raambediening te bestellen was, werd uitsluitend met een sportieve handgeschakelde vierversnellingsbak aangeboden. In februari 1972 bouwde men twee proefmodellen met Borg Warner automaat, die echter niet in het verkoopprogramma werden opgenomen. Wie in de destijds snelste BMW wilde rijden, betaalde minstens DM 30.000,-.


In tegenstelling tot de drieliter coupé met carburateurmotor was er van de 3.0 CSi geen USA-versie, maar wel vanaf eind 1973 een rechtsgestuurde uitvoering voor liefhebbers van grote BMW coupés in Groot-Brittannië, en ook enkelen in Australië en Japan. Deze versie bereikte uiteraard slechts een uiterst gelimiteerde oplage. Zo ontstond de BMW 3.0 CSi met rechts stuur in slechts 207 exemplaren, het zustermodel met carburateurmotor in slechts 215 eenheden – zeldzame liefhebbersstukken.


Voor degenen die nog in de shock verkeerden van de energiecrisis van het begin van de jaren zeventig, bood BMW vanaf juni 1974 de coupé ook nog aan in een zuinige 2,5 liter variant, de BMW 2.5 CS. Maar de shock bleek mee te vallen. Met tot november 1975 niet meer dan 844 verkochte wagens van dit type behoren de BMW 2.5 CS en 2.5 CSA tot de zeldzaamste vertegenwoordigers van deze serie.

Ook in de keuze van de standaard interieuruitrusting was de 2,5 liter coupé vooral bescheiden, wat de klant ongeveer DM 4.500,- besparing opleverde ten opzichte van de goedkoopste drieliter-uitvoering.


Inmiddels was de BMW coupé ook op het circuit succesvol geworden. Uit de elegante feminiene wagen van 1966 was een racewagen van het zuiverste water ontstaan. Specialisten voor race- en rallyevoertuigen, zoals de fima’s Alpina en Schnitzer, brachten al in de vroege jaren zeventig met succes enkele 2800 CS coupés voor privérijders op de piste. De grote, tot op heden legendarische successen werden pas bereikt nadat BMW was begonnen met de productie van de snelste BMW coupé, de 3.0 CSL.  

(Zie Tab Het circuit)



BMW E9 Commercial en info